>

Transport/mobiliteit in en naar het Ecodorp

Hoe we in de wereld tot nu toe met transport omgaan, is moeilijk te bevatten. Om een voorbeeld te noemen, elke worst die je in Nederland in de winkel kunt kopen, is in China geweest om er daar een velletje omheen te laten doen. Kortom, het is tijd om mobiliteit anders te bekijken.

We willen stimuleren om niet-duurzaam transport van mensen of producten te verminderen. Permacultuur is daar een perfect hulpmiddel bij. Eén van de Permacultuurgezegdes is: 'Als je iets moet vervoeren, heb je het systeem slecht ontworpen'. Door grotendeels ons eigen voedsel te kweken, hoeft er weinig voedsel voor ons vervoerd te worden. En door veel werkgelegenheid voor bewoners in het dorp zelf te creëren, is er minder woon-werkverkeer.

Omdat bij het 'Waar sta ik en waar staan mijn buren'-spel gebleken is dat het merendeel van de mensen geen auto in de wijk wil hebben (zie het filmpje), kun je alleen parkeren bij wijk 1 en wijk 5 (die het dichtste bij de weg zijn). De rest van de wijken zijn alleen bereikbaar voor verhuizingen/verbouwingen en hulpdiensten.

Ook proberen we mee te denken hoe duurzame transportmiddelen beter op de markt gebracht kunnen worden.

Patronen (uit Een Patroontaal van Christopher Alexander):

97. VERDEKTE PARKEERTERREINEN *
Stop alle grote parkeerterreinen, of parkeergarages, achter een of andere natuurlijke afscheiding zodat de auto’s en de parkeerstructuren niet van de buitenkant gezien kunnen worden. De afscheiding die de auto’s omgeeft kan een gebouw zijn, een aantal verbonden huizen of een berg huizen, of het kunnen aarden heuvels of winkels zijn.
Maak van de ingang naar het parkeerterrein een natuurlijke poort naar de gebouwen die er door worden bediend en plaats deze ingang zo dat u de hoofdingang van het gebouw gemakkelijk vanaf de ingang van het parkeerterrein kunt zien.

103. KLEINE PARKEERTERREINEN *
parkeerplaatsMaak parkeerterreinen klein, niet meer dan vijf tot zeven auto’s, elk terrein omgeven door tuinmuren, heggen, schuttingen, aarden wallen of bomen, zodat de auto’s van buitenaf nauwelijks zichtbaar zijn. Plaats deze kleine terreintjes zo dat ze minstens 25 tot 50 meter uit elkaar liggen.