>

Patroontaal in gebruik op De Kleine Aardehoofdmenu

De architect Christopher Alexander heeft een boek uitgebracht 'A language of patterns', in het Nederlands uitgebracht als 'Een patroontaal'. Het is een ontwerpmethode voor planologen en architecten, om een levende omgeving te creëren, een omgeving waar je graag woont, graag bent en graag naartoe wil. We hebben het terrein rondom het gebouw ontworpen met behulp van die patroontaal. Lees hier meer over patroontaal.

terrein1 Poort/Ingang

53. TOEGANGSPOORTEN
Elke gebied wordt versterkt, en zal beter afgebakend en levendiger worden, als de paden die het gebied ingaan op de grens zijn gemarkeerd door poorten.

Daarom:
Markeer de grens van een groep gebouwen, een buurt of een wijk met duidelijke poorten.

110. HOOFDINGANG
Het bepalen van de plaats van de hoofdingang is misschien wel de belangrijkste beslissing die u gedurende de ontwikkeling van een bouwplan neemt.

Daarom:
Plaats de belangrijkste ingang van een gebouw op een punt dat vanuit de belangrijkste toegangswegen duidelijk zichtbaar is en geef haar een forse, duidelijke vorm die zich van de rest van het gebouw onderscheidt.

112. OVERGANG TUSSEN BUITEN EN BINNEN
Huizen met een gracieuze overgang tussen straat en binnen, zijn rustiger dan huizen die rechtstreeks op de straat uitkomen.

Daarom:
Maak een overgangsgebied tussen de straat en de voordeur. Voer het pad dat straat en ingang verbindt door dit overgangsgebied en markeer het met een verandering in licht, een verandering in geluid, een verandering in richting, een verandering van oppervlakte, een verandering in hoogte en misschien door poortjes die een verandering van omslotenheid tot stand brengen, en vooral door een verandering in wat u ziet

2 Plein

61. KLEINE PLEINTJES
Elke stad heeft pleinen nodig; ze zijn de meest openbare ruimten die de stad heeft.
Maar als ze te groot zijn dan zien ze er verlaten en verloren uit en voelen ze ook zo aan.

Daarom:
Maak het plein veel kleiner dan u eerst in gedachten had, meestal niet meer dan 15 tot 20 meter breed. Dit geldt alleen voor de breedte, voor de kortste maat. In de lengte mag het langer zijn.

106. POSITIEVE BUITENRUIMTE
Ruimten buiten die tussen gebouwen zijn ‘overgebleven’ zullen weinig gebruikt worden.

Daarom:
Maak de ruimten rond uw gebouwen positief.
Geef ze een zekere omsluiting door struiken, hagen, omheiningen of pergola’s.
Maak van elke ruimte een eenheid en laat haar niet zonder begrenzing uitvloeien.

114. HIËRARCHIE VAN OPEN RUIMTEN
Mensen proberen altijd een plek te vinden waar hun rug beschermd is en waar ze kunnen uitkijken op een open ruimte voor hen.

Daarom:
Zorg dat een tuin, een terras of een binnenplaats uitkijken op een grotere ruimte en die weer op een nog weer verder gelegen uitzicht.

Wat voor ruimte u ook vorm geeft - een tuin, een terras, een straat, een park, een openbare buitenkamer of een binnenplaats - zorg voor twee zaken. Laat er om te beginnen minstens één kleinere ruimte op uitkijken die er een natuurlijke achtergrond voor vormt. Plaats de grotere ruimte met zijn openingen zo dat deze uitkijkt op tenminste één nog grotere ruimte.
Als u dat gedaan heeft dan zal elke buitenruimte een natuurlijke ‘achtergrond’ hebben en iedereen die plaats neemt met zijn rug naar deze ‘achtergrond’ zal uitkijken op een groter, nog weer verder gelegen uitzicht.

125. ZITTEN OP EEN TRAP
Als er ergens iets te doen is, dan zijn de beste plaatsen de plaatsen die hoog genoeg zijn om een goed uitzicht te hebben en laag genoeg om mee te doen.

Daarom:
Verhoog de rand van ruimten waar mensen samenkomen daar waar er toch al een verloop in hoogte is.
Maak er treden zodat de mensen er kunnen gaan zitten om te kijken naar wat passeert.

126. IETS RUWWEG IN HET MIDDEN
Een plein zonder iets in het midden loopt een grote kans leeg te blijven.

Daarom:
Zet tussen de natuurlijke paden die een plein, een binnenplaats of een stuk gemeenschappelijk land kruisen, iets ruwweg in het midden.
Bijvoorbeeld een fontein, een boom, een beeldhouwwerk, een carillon met banken, een windorgel of een muziektent.
Weersta de impuls het precies in het midden te zetten.

241. PLAATSEN OM TE ZITTEN
Zitplaatsen die buiten zijn neergezet zonder dat ze ergens op uitkijken of die geen bescherming bieden tegen de wind, zullen vrijwel zeker nutteloos zijn.

Daarom:
Voor een zitje buiten is het kiezen van een goede plek veel belangrijker dan het bouwen van een mooie bank. Als de plek goed is dan is elke zitplaats goed genoeg.

243. ZITMUURTJE
Vaak zijn de afscheidingen tussen de buitenruimten te hoog, maar helemaal geen begrenzing doet de subtiliteit van de verdeling van de ruimten ook geweld aan.

Daarom:
Omgeef grotere buitenruimten met lage muren die breed genoeg zijn om op te zitten. Gebruik zulke muurtjes ook voor ondergeschikte begrenzingen tussen kleinere gebieden.

3 Water

64. VIJVERS EN STROOMPJES  
Water speelt een fundamentele rol in onze psychologie. We hebben voortdurend en overal water om ons heen nodig. Dit vereist eerbied voor het water in al zijn vormen.

Daarom:
Hou natuurlijke poelen en beekjes in stand en laat ze door de stad stromen, leg er paden langs waarop de mensen kunnen wandelen en maak voetgangersbruggen om ze te kruisen. Laat stromend water in de stad natuurlijke grenzen vormen en laat verkeer het water slechts onregelmatig via bruggen kruisen.

Verzamel waar dat mogelijk is het regenwater in open goten en laat het bovengronds wegstromen, langs voetpaden en voor langs de huizen. Zet op plaatsen zonder natuurlijk stromend water fonteinen in de straten.

71. WATER OM IN TE SPELEN
Om het contact met water te behouden moeten we kunnen spelen en zwemmen in poelen en meertjes die binnen enkele minuten te bereiken zijn.

Daarom:
Zorg in elke buurt voor water om in te spelen en te zwemmen: een vijver, een zwembad.
Maak het water uitsluitend toegankelijk vanuit het ondiepe deel en laat het geleidelijk dieper worden.

4 Tuin

105. TUIN OP HET ZUIDEN
Mensen gebruiken een tuin alleen als ze zonnig is en ze gebruiken haar, behalve in de woestijn, niet als ze dat niet is.

Daarom:
Plaats gebouwen altijd aan de noordkant van het terrein en hou de tuin op het zuiden.
Laat geen diepe strook schaduw ontstaan tussen het gebouw en het zonnige deel van de tuin.

170. VRUCHTBOMEN
Boomgaarden geven het land een bijna magische identiteit: denk aan de appelboomgaarden in Zeeland en de Betuwe, de kersenbomen van Japan en de olijfbomen in Griekenland.

Daarom:
Plant kleine boomgaarden met fruitbomen in tuinen en op gemeenschappelijk land langs paden en straten, in parken en in buurten: overal waar er groepen zijn die voor de bomen kunnen zorgen en die het fruit kunnen oogsten.

171. RUIMTEN RONDOM BOMEN
Als bomen geplant of gesnoeid worden zonder oog voor de speciale ruimte die ze kunnen scheppen dan zijn ze voor de mens zo goed als verloren.

Daarom:
Als u bomen plant, plant ze dan volgens hun aard in houtwallen of lanen of als losstaande bomen in het midden van open ruimten.
Let erop dat de ruimten die de bomen en de gebouwen samen vormen aantrekkelijk zijn.

172. HALF VERWILDERDE TUIN
Een tuin die volgens zijn eigen wetten groeit is geen wildernis maar ook niet helemaal kunstmatig.

Dus:
Kweek grassen, struiken, bloemen en bomen op een manier die aansluit bij de wijze waarop ze in de natuur voorkomen: gemengd, zonder grenzen ertussen, zonder kale grond, zonder formele bloembedden en met de randen gemaakt van  natuurlijke materialen.

173. TUINMUUR
Tuinen en kleine openbare parken die niet goed zijn afgeschermd ondervinden gemakkelijk overlast.

Daarom:
Bescherm het hart van een rustige tuin tegen inkijk en tegen geluiden van buiten.
Hoe kleiner een tuin is, hoe harder en duidelijker de omheining moet worden.
Heggen en schuttingen kunnen lawaai niet buiten sluiten.

Maak de een of andere omsluiting om het binnenste van een rustige tuin te beschermen tegen inkijk en tegen de geluiden van het voorbij komende verkeer. Als het een grote tuin of een park is dan kan de omheining zacht zijn, met struiken, bomen, wallen, enzovoorts. Hoe kleiner de tuin is, hoe harder en duidelijker de omheining echter moet worden. Maak in een erg kleine tuin de omsluiting uit gebouwen of muren omdat heggen en schuttingen niet genoeg zijn om het lawaai buiten te sluiten.

176. ZITHOEKJE IN DE TUIN
In elke tuin moet er minstens één plekje zijn waar iemand zich kan terugtrekken om er alleen te zijn met de natuur: een rustig zithoekje.

Suggestie:
Maak in elke tuin zo'n besloten hoekje met een comfortabele zitplaats, dichte beplanting en zon.
Kies de plek zorgvuldig uit, neem de plek die u de meest intense afzondering zal geven.

245. VERHOOGDE BLOEMBEDDEN
Bloemen zijn mooi langs de randen van paden, gebouwen en buitenkamers maar juist op die punten moeten ze het stevigst tegen vertrappen beschermd worden.

Daarom:
Leg de bloembedden zo aan de mensen de bloemen kunnen aanraken, ze kunnen ruiken en er naast kunnen zitten maar bescherm ze tegen vertrappen.

Verzacht de randen van gebouwen, paden en buitenruimten met bloemen. Verhoog de bloembedden zodat de mensen de bloemen kunnen aanraken, zich er overheen kunnen buigen om ze te ruiken en er naast kunnen zitten. Geef de bedden een harde rand waar de mensen op kunnen gaan zitten, ook tussen de bloemen in.

5 Paden

120. PADEN EN BESTEMMINGEN
Paden zullen alleen goed en plezierig aanvoelen als ze zijn afgestemd op het proces van lopen.

Daarom:
Plaats voor u een pad uitzet eerst tussendoelen op van nature interessante punten. Verbind deze tussendoelen vervolgens met elkaar door gedeelten van het pad. Deze stukken kunnen recht of zachtjes gebogen zijn, hun oppervlak moet zich rond de doelen verbreden. De doelen mogen nooit meer dan een meter of vijftig uit elkaar liggen.

121. DE VORM VAN HET PAD
In straten zouden we moeten kunnen leven in plaats van er alleen doorheen te trekken zoals tegenwoordig gebruikelijk is.

Suggestie:
Maak midden in een openbaar pad een uitstulping, naar de einden versmallend, zodat in het pad een plek ontstaat waar mensen even kunnen pauzeren.
Een punt om even te onthaasten.

174. TUINPADEN MET PERGOLA’S
Paden met pergola’s zijn op een eigen, bijzondere manier mooi. Ze zijn zo uniek, zo verschillend van de andere manieren om een pad vorm te geven, dat ze bijna archetypisch zijn.

Daarom:
Bouw waar paden speciale bescherming vereisen of waar ze een zekere intimiteit behoeven, een pergola over het pad en laat die begroeien met klimplanten.

247. BESTRATING MET KIEREN TUSSEN DE STENEN
Gesloten oppervlakken zijn gemakkelijk schoon te houden, maar ze dragen niets bij.
Niets aan ons en niets aan de paden, de afvoer van het regenwater of de planten.

Daarom:
Leg tegels en stenen in paden en terrassen met tussenruimten van enkele centimeters zodat er grassen, mossen en kleine plantjes tussen kunnen groeien.

6 Buiten kamer

69. OPENBARE BUITENKAMER (HANGPLEK)
Er zijn in de huidige steden en dorpen maar weinig plaatsen waar ouderen en jongeren comfortabel urenlang rond kunnen hangen.

Daarom:
Maak in elke buurt en werkgemeenschap een stukje openbaar land tot buitenkamer: een hangplek of leugenbank. Een gedeeltelijk omsloten plaats, met een dak en kolommen maar zonder muren, misschien met een pergola; zet het bouwsel naast een belangrijk pad en in het zicht van zoveel mogelijk huizen en werkplaatsen.

161. ZONNIG PLEKJE
Mensen zitten graag in zon.

Daarom:
Ontwikkel de plekken die de meeste zon krijgen tot iets speciaals.
Maak er een buitenkamer van, of een plaats om in de zon te zitten of te werken, met wat bijzondere planten of bijvoorbeeld een speelplek met een schommel.
Bescherm de plek tegen de wind. Anders zult u zelfs het mooiste plekje niet gebruiken.

163. KAMER IN DE BUITENLUCHT
Een tuin is een plaats om in het gras te liggen, te schommelen, bloemen te kweken of met de hond te spelen.
Maar er is ook een andere manier van buiten zijn waar zo'n tuin totaal niet in voorziet.

Daarom:
Bouw in de tuin een plaats die zo omsloten is dat ze het gevoel van een kamer geeft, ook al is ze opzij of van boven open naar de lucht.

7 Huis ( buiten)

122. ROOILIJNEN
Rooilijnen, die oorspronkelijk uitgevonden zijn om het openbare welzijn te beschermen door ieder gebouw licht en lucht te geven, hebben in de praktijk de straat als sociale ruimte in belangrijke mate om zeep geholpen.

Daarom:
Laat geen ruimte ontstaan tussen straten, paden of openbaar land en de gebouwen die er op uitkomen. Het achter de rooilijn plaatsen voegt niets toe wat de moeite waard is en vernietigt vrijwel altijd de waarde van de open gebieden tussen de gebouwen. Bouw tegen het pad aan, verander in plaatsen waar verouderde voorschriften dit beletten de verordeningen. Laat de voorkanten van de gebouwen iets ten opzichte van elkaar draaien terwijl ze zich aanpassen aan de vorm van de straat.

140. TERRAS AAN DE STRAAT
Als een huis volledig open staat dan hebben de bewoners geen privacy, als het de straat zijn rug toekeert dan verliest het alle contact.

Daarom:
Maak een breed terras of een veranda die uitkijkt op de straat.
Voorkom dat mensen op straat het huis te gemakkelijk binnen kunnen kijken.

160. ZOOM VAN HET GEBOUW
Mensen zien een gebouw meestal als een verzameling ruimten.
Ze beseffen onvoldoende dat het gebouw zich ook naar buiten moet richten.

Daarom:
Zorg dat u de zoom van een gebouw als een ‘ding’ behandelt; als een ‘plek’, een zone met inhoud, niet als een lijn of een raakvlak zonder dikte. Verrijk de zoom van gebouwen met plaatsen die mensen uitnodigen er te stoppen. Maak er plaatsen van die diepte en een afdak hebben, plaatsen om te zitten, om tegen te leunen of langs te lopen, vooral op de punten die uitkijken op een interessant straatleven.

168. BAND MET DE AARDE
Als een huis niet rechtstreeks is ingebed in de omringende aarde, dan geeft het het gevoel dat het los staat van de natuur er omheen.

Daarom:
Verbind het huis met de grond er omheen door langs de rand een reeks paden, trapjes en terrassen aan te leggen. Maak ze met opzet zo dat de grens onduidelijk is: dat het onmogelijk is te zeggen waar het gebouw precies ophoudt en waar de tuin begint.

242. BANK BIJ DE VOORDEUR
Mensen houden ervan te kijken naar wat  er op straat gebeurt.

Daarom:
Zet naast de voordeur een bank waarop de bewoners op hun gemak kunnen zitten en ze de wereld voorbij kunnen zien trekken. Plaats de bank zo dat ze een half-besloten domein aan de voorkant van het huis definieert.