>

Een voorbeeld van Permacultuurontwerp in de praktijk

Enkele jaren geleden hebben mijn vrouw en ik een bijzondere Permacultuurworkshop gevolgd.
Twee mensen hadden een boerderij in Noord-Duitsland opgekocht en wilden daar grotendeels zelfvoorziendend wonen. De boerderij is nu te bewonderen op deze website: www.degodin.nl.
Ze hadden Harald Wedig, een Permacultuurexpert ingehuurd en een cursus georganiseerd.

Harald verdeelde de groep in 4 groepen: bewonerswensen, omgeving, huis en tuin.

Bewonerswensen:
Deze mensen namen interviews af met de beide toekomstige bewoners van de boerderij.
De belangrijkste wensen waren:
- door blijven gaan met het kweken en verkopen van eetbare wilde planten, oude bedreigde groenten- en aardappelsoorten, (pre)historische granen en Indianen-gewassen
- energiegebruik beperken en daarin grotendeels zelfvoorziendend worden
- een dansvloer achter de boerderij
- slaapgelegenheid voor gasten
muziek

Omgeving:
Deze groep ging naar VVV, spraken met mensen uit de omgeving, bekeken in het kort wat de omgeving kon bieden aan de bewoners en wat zij konden bieden aan de omgeving. De resultaten waren dat er geen slaapgelegenheid en geen lunchrooms of theehuizen in de buurt waren en dat er een toeristisch fietspad voor de boerderij doorliep.
De boerderij lag een halve meter boven zeeniveau en ze lagen 20 kilometer van de zee af.

Tuin:
Permacultuurontwerp begint met observeren. Deze groep liep de hele dag in laarzen rond, bekeek de huidige grond (60 meter lange tuin die grotendeels een modderpoel was), de bomen (een rij Elzen stond langs een sloot aan de rand van het perceel).  Achterin de tuin stond een yurt.
yurt

Huis:
De achterkant van het huis was een beetje vervallen en zou deels herbouwd moeten worden. Op de tweede verdieping (net onder het dak) konden mensen slapen en zouden kruiden kunnen drogen.
tuin

Het advies voor het huis:
De boerderij gebruiken als theehuis met gelegenheid om te blijven slapen, op strobedden of hangmatten, of in de yurt. Het voorste gedeelte van het huis werd het theehuis, het achterste deel van het huis werd woonhuis. In één van de ontwerpen was zelfs geen electriciteit in dat deel gepland. Daardoor konden de bewoners ook echt minder energie gaan gebruiken en hun dagritme aanpassen aan de natuur.
De achtermuur zou opnieuw gebouwd worden, ditmaal van strobalen.
Regenwater zou opgevangen worden in een container in huis, net onder de dakgoot. Door het hoogteverschil was er voldoende druk om het toilet door te spoelen en het water te gebruiken voor de afwas. Na het toilet zou het water door een beerput gaan en via het helofytenfilter in een nieuwe sloot terecht komen.
Achter het huis zou een dansvloer komen. Onder de dansvloer zouden enkele lege tonnen vastgemaakt worden aan de dansvloer. Permacultuur houdt namelijk ook rekening met mogelijke rampen en een overstroming was in dit geval een heel reële optie. De dansvloer zou dan gaan drijven.

Advies voor de tuin:
Een slingerend stroompje maken van het helofytenfilter naar het eind van het perceel. Het zand uit de stroom zou gebruikt kunnen worden om de rest van de tuin op te hogen en daardoor droog te maken. In de stroom kunnen eetbare waterplanten gezet worden. Er waren ook enkele eilandjes gepland. Op elk eilandje komt een appelboom. De appels die rijp zijn, vallen zelf in het water of op de schuine rand waardoor ze zonder butsen opgevist kunnen worden met een schepnetje.
De elzen worden gebruikt als stookhout. Het kost 7 jaar voordat een els groot genoeg is om gekapt te worden, dus jaarlijks moet er een nieuwe els gezet worden om de kring rond te maken.